Overdenkingen

Hier verschijnt iedere maand de overdenking uit De Kerkklok, het kerkblad van onze gemeente.

 

Overdenking

Juli 2019 - Arie Constandse

Voetbal is hot in deze tijd. Mannen en vrouwen genieten volop, spelend of kijkend, van het voetballen. Het beïnvloedt ook de gedachtewereld van dominees. Begin april stelde een predikant op de tweede ambtsdragersbijeenkomst de vraag: ”Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen een kerk en een voetbalclub?”

Deze vraag zat in een set vragen bedacht door de vier ‘trainer- coaches’ van de  PKN- gemeenten op oostelijk Zuid Beveland (ds. Deelstra, Dierx, Doolaard en Lolkema ). De ’coaches’ brachten hun ‘teams’ weer bijeen onder een aangrijpend vragend: Waarom zijn we Kerk?” Wat zochten de vier coachende dominees, creatieve ambtsdragers? Kunnen nu de nog twee blijvende coaches (ds. Deelstra, Dierx) hun medespelers tot zichtbaar samenspel brengen? Staan er inspirerende  ambtsdragers op die afstand tussen gemeenten  als ruimte zien en die benutten voor vernieuwend samenspel tussen de verschillende (krimpende) kerken? 

 

Uitgaande van het voetbal mediteert Coen Constandse verder over Psalm 4: 2:

 

Die ruimte schept

Al oogsten afmakers veelal de meeste bewondering, het gelovige oog zoekt liever een ander type voetballer: de zogenaamde creatieve, dus scheppende spelers. Zij brengen doelkansen en mogelijkheden, uiteraard, maar bovenal creëren ze ruimte. Allereerst voor zichzelf – opendraaien, vrijlopen, uit de dekking – en vervolgens voor anderen. Zij zien de ruimtes, tussen de linies, zien de mogelijkheden en geven plots die bal, die de medespeler vrij voor de keeper zet. Van oudsher zocht de Hollandse voetbalschool de ruimte op de vleugels. Daar is inderdaad ruimte, maar uit voetbalstatistieken blijkt dat er relatief weinig doelpunten worden gecreëerd vanaf de flanken. Ruimte moet dus gevonden worden midden op het veld, waar ze niet lijkt te zijn – maar waar enkelingen ze toch zien en creëren.

Heel soms zie je ook op het veld van politiek en maatschappij een speler die ruimte creëert. Door te bewegen, weg van vaste posities, het spel te verleggen en een kans te creëren. Maar ruimte en openheid zijn schaarse goederen. Men claimt wel graag ruimdenkendheid, of men schermt met een woord als vrijheid. Maar het veld lijkt toch vaak juist heel klein gemaakt, eng, door belangen, reeds ingenomen standpunten, rechtlijnigheid, vooringenomenheden, door inkadering en geforceerde positiviteit en andere communicatiestrategieën. Natuurlijk, op de flanken ligt ruimte. Maar dat vleugelspel is zelden echt effectief. Zo komt dat publieke debat vaak benauwd over, door de zorg, de angst voor imagoschade, mocht men niet tot scoren komen.

Daar komt nog bij dat je van de politieke en maatschappelijke vraagstukken gemakkelijk goed benauwd kan worden. Alles lijkt ons ruimte te benemen: stijgende zorgkosten, uitholling van de rechtstaat, versnellende opwarming, stijgende zeespiegel, de almaar groeiende macht van China … Al die problemen zijn groot en ogenschijnlijk onoplosbaar, te groot althans voor de politieke basisspelers. Daar kun je naargeestig van worden. Je kunt er wakker van liggen.

In Psalm 4 is het God die ruimte schept in de benauwdheid, de ‘God van mijn gerechtigheid’. Er lijken belagers te zijn, benauwers, die ook voor het slapengaan binnendringen in het hoofd en het hart. Maar voordat ze de zaak bezetten is er plots ruimte. Die ontstaat, zo lijkt het, in het zoeken van Gods aangezicht, in het roepen en bidden en gehoord worden. Het is een mentale, innerlijke ruimte. Want de feitelijke, benauwende omstandigheden blijven vooralsnog ongemoeid. Er ontstaat ruimte in de benauwdheid. Even is het eng en vliegt het je aan, bij het invallen van de duisternis. Tot het zich opent, naar boven, naar binnen, en je verder kunt. Met slapen allereerst.

                                                                                              

Arie Constandse


 

Archief