Overdenkingen

Hier verschijnt iedere maand de overdenking uit 't KLInKT, het kerkblad van onze gemeente.

 

Overdenking

Juni 2020 - Jenny Zwijnenburg

De Here zei tegen hem: ‘Ga naar het dorp Sarfath, vlakbij Sidon. Daar woont een weduwe die u zal verzorgen. Ik heb haar daarvoor opdracht gegeven.’ 10 Dus ging Elia naar Sarfath en toen hij bij de poorten van de stad kwam, zag hij een vrouw die bezig was hout te sprokkelen. Hij vroeg haar een beker water. 11 Terwijl zij wegliep om het te halen, riep hij haar achterna: ‘Neem ook wat brood mee, als u wilt.’ 12 Maar zij zei: ‘Ik zweer bij de Here, uw God, dat ik geen kruimeltje brood in huis heb. Alles wat ik nog heb, is een handvol meel en een klein bodempje olie. Ik heb net wat hout gesprokkeld om voor de laatste keer een maaltijd te kunnen maken. Daarna zullen mijn zoon en ik sterven van de honger.’ 13 Maar Elia stelde haar gerust en zei: ‘Wees maar niet bang. Maak die laatste maaltijd van u maar klaar, maar bak eerst wat brood voor mij. Daarna kunt u voor u en uw zoon wat klaarmaken. 14 De Here, de God van Israël, zegt namelijk dat altijd voldoende meel in de pot en olie in uw kruik zal zijn tot het moment dat de Here weer regen laat vallen.’ 15 Zij deed wat Elia had gezegd en met zijn drieën aten zij net zo lang van de voorraad meel en olie als nodig was.

16 Want hoeveel zij ook gebruikten, er zat steeds genoeg meel in de pot en olie in de kruik, precies zoals de Here door Elia had laten beloven.

(1 Koningen 17)

 

De laatste keer dat ik een overdenking schreef vertelde ik over onze reis naar Afrika. Ik was voornemens om hierover meer te vertellen niet wetende dat we in zo een onrustige en bange tijd zouden komen. En toch ga ik hierover schrijven. Waarom? Omdat het hier gaat over vertrouwen. Vertrouwen in een God die boven alles staat en die ook nu erbij is in al onze vragen en zorgen.

Het is lastig om te kiezen wat ik vertellen wil. Want er is zoveel te vertellen. Naar aanleiding van een preek een tijd geleden moest ik ook denken aan mijn bezoek aan Afrika. We zouden allemaal toch wel altijd op die bergtop willen zitten als het gaat om geloven en kerk zijn. We willen allemaal toch wel eens een stem uit de hemel horen? Die uitspraken zijn blijven hangen. Ik dacht: gaan we hier dan tevreden mee zijn? Met alleen maar het verlangen om op die bergtop te zijn? Met het geloven dat God niet meer spreekt? Zijn we bankhangers in de kerk geworden?

Die op de klok kijken of de dienst maar niet te lang duurt? Goed opletten of alles wel volgens de orde van dienst gaat maar over hun relatie met God niets kunnen vertellen? En zijn we tevreden met minder dan dat God ons geven wil? God sprak tot mensen in de Bijbel? Wat is geloof nog in ons leven? Wat is de kerk en kerkzijn nog en wat voor betekenis heeft het? Staat Jezus centraal in ons dienen en geloven? Allemaal vragen die bij me opkwamen. Ik pas ervoor om te geloven dat de kerk niet meer leeft en dat God veranderd is. God spreekt nog steeds. En ik geloof dat er nog steeds momenten zijn dat je op bergtoppen kan wandelen. Dat is wat ik gezien heb in Afrika. Geloof, vertrouwen en blijdschap. Zij zijn geen kerk op zondag, maar leven hun geloof. Ze spreken over christen zijn en New Born Christian. Dat is wat mij in Uganda geraakt heeft. Zo vanzelfsprekend is het spreken over God en je persoonlijke geloof en vertrouwen. Ondanks alle armoede, trauma’s. God is er en leeft. Hun blijdschap, geloof en vertrouwen heeft mij geraakt. We worden verwelkomd alsof we hoog bezoek zijn. Elk project dat we bezochten verwelkomde ons. Al van ver stonden de mensen te wachten, zwaaien met takken en juichen en zingen. Elk project is verbonden aan een kerk. Op ieder project heet de pastor ons welkom. We worden geroemd, omdat we de moeite nemen om vanuit onze comfort zone te komen en hen daar op te zoeken. Dat we doen zoals God ons opdraagt om te doen. Zorg dragen voor de armen. Zo las een pastor het verhaal van de vrouw uit Sarfath. Zij gaf het laatste wat zij had aan de profeet. En God zegende haar zoals hij beloofd heeft om ieder die geeft en deelt aan de armen te zullen zegenen. Maar vaak durven we dat niet. Ik was beschaamd omdat hij ons vergeleek met deze vrouw. Ik geef niet het laatste wat ik heb, maar ik geef vanuit mijn overvloed. Zoals God in het oude testament Israël opdroeg om de schoof die van de kar valt te laten liggen en de randen van de akker niet de maaien. Dat is het voor mij. Ik hou nog genoeg over. Geven vanuit je laatste beetje kost wat. Ook dat heb ik ervaren. Ons sponsorkind Benjamin kwam naar de fundag met zijn vader en een begeleider van het project om te vertalen. Vader vertelde dat hij van onze familiegift vorig jaar 4 geiten had gekocht en zaaigoed. Hij had een goede oogst gehad. 5 zakken pelpinda’s (wordt daar veel gegeten) en 5 zakken sesamzaad. Van beide had hij 1 zak meegenomen als dank voor ons. Hier word ik stil van.

Waar we ook kwamen. Overal klonk de hoop, het vertrouwen en het geloof in een God die zorgt en regeert. We bezochten mensen thuis waarvan een kind in het project zat. In een hutje waar wij onze dieren nog niet in zetten. Ze had het netjes gemaakt omdat wij op bezoek kwamen. Samen met de buurt delen ze een toilet en douche.

De jongen is opgenomen in het project en 1 van de zangleiders. Hij vertelde van de tijd voordat hij in het project kwam. Zijn moeder heeft hem gebracht omdat ze het niet redde. Joshua zong een lied voor ons als dank dat we in hun huisje wilden komen. We hadden een tas met rijst/meel en suiker mee als dank. Toen we weggingen vertelde de moeder dat ze ziek was en veel pijn had en of wij daarvoor konden bidden. En daar sta je dan. In het Nederlands, met een vrouw en zoon die er niets van verstaan, te bidden. En toch voel je de verbondenheid. Dit kwam op alle huisbezoeken steeds weer terug. Hun verbazing: wil jij bij mij in huis komen? In het Noorden van Uganda voel je de trauma’s van de burgeroorlog nog steeds. Iedereen van boven de 15 jaar heeft iemand verloren in die oorlog en heeft zelf iets meegemaakt of is verminkt. Dit zit zo diep. Er moet vertrouwen groeien. Ook in de projecten. Maar uiteindelijk werpt het vrucht af en brengen de vaders en moeders zelf hun kinderen.

Nu zijn wij zelf in een heel moeilijke situatie gekomen en lijkt Afrika ver weg. Kerk zijn zoals we gewend zijn kan niet meer. Alles is anders. En juist nu merken we de saamhorigheid. De liefde en betrokkenheid tot elkaar. God zorgt, ook nu. Hij verliest niemand uit het oog. Ook als u misschien soms eenzaam bent, of bang. Dan mag u weten dat God beloofd heeft dat het u aan niets zal ontbreken. En ook dat is gemeente zijn. Omzien naar elkaar en de nood ledigen waar nodig. God wil ons als mensen gebruiken om elkaar tot een hand en een voet te zijn. Wat mooi dat we dat om ons heen zien gebeuren. De kerk leeft! Ik hoop en bid dat we snel weer bij elkaar mogen komen in de kerk. Elkaar weer mogen ontmoeten. Tot die tijd wens ik u allen Gods zegen en liefde toe.

 

Jenny Zwijnenburg


 

Archief