Overdenkingen

Hier verschijnt iedere maand de overdenking uit De Kerkklok, het kerkblad van onze gemeente.

 

Overdenking

10 maart 2019 - Jenny Zwijnenburg

Filippenzen 3:14

“Maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”

 

Twee paar donkere ogen kijken mij met verbazing aan. Met een schone lei beginnen? Vergeven? Weer zie ik de boosheid vanuit zijn onmacht opkomen. Ik herhaal wat ik eerder al zei: we praten het uit. Vergeven elkaar wat is gebeurd en gaan met een schone lei verder. Ik zie aan zijn gezicht dat hij het echt niet snapt. Dit is iets dat hij in zijn hele leven van 11 jaar nog niet heeft meegemaakt. Dat was een leven van overleven. Verhuizen van plek naar plek…

 

Vergetende wat achter mij ligt. Vanuit mijn werk als gezinshuisouder zie ik hoe moeilijk dit is. Bovenstaand citaat is wat wij meemaakten met een kind. Dit kind mocht de zegen van vergeven en vergeten ervaren. In zijn wereld schop en scheld je iedereen van je af. Is het overleven. Wij mochten hem leren hoeveel God ons vergeeft, waardoor wij ook onze naaste wat verschuldigd zijn. Vergeven en met elkaar verder gaan. Zo ook in de gemeente. Is dat makkelijk? Nee, dat zegt Paulus niet. En hij had recht van spreken. Er is hem veel aangedaan. En toch schrijft hij hier: vergetende hetgeen achter mij ligt, strek ik mij uit naar wat voor mij ligt. Best lastig als je gekrenkt ben door een ander, of je het gevoel hebt vergeten te worden, eenzaam bent, je niet gehoord en gezien voelt. Noem maar op. We kunnen allemaal vertellen over de slagen van het leven. De pijn en het verdriet dat ons trof. En dan: vergetende hetgeen achter mij ligt?

 

Dit kind kon dat als geen ander vertellen. Hoe kan je vergeven als degene die voor jou het belangrijkst is, het laat afweten? Als ouders je verwaarlozen, mishandelen of misbruiken? En toch zie ik de veerkracht in kinderen. Blijft er een hoop in hen op betere tijden. Is dit waarom wij worden opgeroepen om te worden als een kind? Om veel meer te leven in het nu? Te vergeten wat achter je ligt. Hoe goed ik de wedloop al gelopen heb. Ik moet verder. Vooruit kijken. Hoe slecht het ook geweest is. Niet verbitterd raken maar vergeven en weer vooruit gaan. Jezus zei: “Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het koninkrijk Gods” (Lucas 9:62). Men kan geen rechte voren ploegen terwijl men achterom kijkt.

 

Vergeten wat achter je ligt. Waarom? Omdat dit ruimte geeft voor dat wat voor je ligt. Als je verder wilt moet je eerst opruimen. Als haat en wrok blijft zitten gaat het steeds groter worden en raak je verbitterd. Dit verstikt. Er is geen ruimte om je uit te strekken naar dat wat voor je ligt. En er ligt zoveel meer. God wil dat we in die ruimte leven. Tot eer van Zijn naam. Hem groot maken en hem prijzen omdat hij de God is van vergeving en het ons voordeed. Dat is waartoe we zijn geroepen. Laten we dit geluid ook in onze gemeente laten klinken, en zo ruimte maken, en ons uitstrekken voor dat wat voor ons ligt.

 

Opgelucht kijken de twee donkere ogen mij aan. De verbazing is weg. Opluchting is ervoor in de plaats gekomen. Ik hoef niet weg bij jullie? Je stuurt me niet weg? Vrolijk huppelt hij naar school. 

 

Jenny Zwijnenburg


 

Archief