Overdenkingen

Hier verschijnt iedere maand de overdenking uit NieuwsBRON, het kerkblad van onze gemeente.

 

Overdenking

April 2022 - Jenny Zwijnenburg

En God zij dank, Die ons in Christus altijd doet triomferen en door
ons de geur van Zijn kennis op iedere plaats openbaar maakt. Want
wij zijn voor God een aangename geur van Christus, onder hen die
zalig worden en onder hen die verloren gaan.
(2 Korinthe 2:15, HSV)


De bel gaat. Er staat een parmantig jongetje voor de deur. Hallo, ik kom
hier wonen. Zijn ogen verborgen achter een zonnebril. Bravoure om te
verbergen dat hij het heel spannend vindt. Al snel zit hij op zijn fiets. De
auto halen we leeg. Een auto die vol zit met het leven van dit kind.
Dozen, koffers, speelgoed en een fiets. Iedere keer weer raakt me dat als
ik dit zie. Het leven van een zesjarige. Gepropt in een auto. Een kind van
zes moet spelen, lachen en onbezorgd vertrouwen hebben in de
volwassenen om hem heen. Dat heeft hij niet. Doordat hij niemand
vertrouwt en er zoveel angst in hem zit, uit hij dit met boze buien.
’s Avonds komen de tranen. Hij vindt het toch allemaal een beetje eng. We
bellen mama. Ik vertel hoe het gaat en zeg haar dat ze welkom is in ons
gezin om haar kind te komen bezoeken. Ze valt stil. Ik bij jou thuis mijn
zoon bezoeken? Maar dat moet altijd op kantoor met beveiliging. Ik beloof
haar dat ik dit zal overleggen met de voogd. Als ik de gezinsvoogd
hierover bel zegt ze: ja inderdaad. Dit gebeurt op kantoor. Nou bij ons niet,
hoor ik mezelf zeggen. Waarom? Wij zijn een gezinshuis en ouders
komen hier thuis totdat voor mij het tegendeel bewezen is dat het niet kan.
Wat doet ze, waarom we het niet zouden doen bij ons thuis? Nou, ze is
heel boos dat haar kind uit huis is geplaatst. Ja, en? Dat zou ik ook zijn.
Steeds weer kom ik tot de ontdekking dat er geen plaats is voor boosheid
en rouwverwerking bij biologische ouders. Als we het met dit mannetje
willen gaan redden in ons gezinshuis hebben we deze moeder hard nodig.
Dus ik ga haar uit de strijd halen en een plek geven. En zo gebeurde het.
Het eerste bezoek. Het mannetje was gespannen. Komt ze echt? Hier bij
mij? Als hij moeder aan ziet komen vliegt hij naar de deur. Ik erachteraan.
En wat doet deze moeder? Ze rent als eerste naar mij toe en valt me om

de hals. Dank je wel dat ik bij jou thuis mag komen. Ik kijk haar vragend en
met tranen in mijn ogen aan. Dank je wel? Jouw kind woont bij mij. En jij
en je kind zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dus ben jij net zo
welkom. Deze moeder begreep er niets van. Hoe komt het dat jullie zo
zijn? En ze kocht een Bijbel, want ik weet dat het komt door jullie geloof in
God, vertelde ze ons. Dat is denk ik waar het om gaat. Je bent je niet
bewust van wat je doet, maar toch doe je iets dat wordt opgemerkt.
Ik hou van geurkaarsen. Maar als je die een tijdje in huis hebt branden,
ruik je ze niet meer. Wel als je van buiten naar binnen komt. Dan ruik je de
geur weer. We zijn opgeroepen om de geur van Christus te zijn. In het
Oude Testament stond het reukofferaltaar in het Heilige van de
Tabernakel. Zoals de geur van de offers toen opsteeg naar de hemel zo
mogen onze gebeden nu als een geurig offer opstijgen naar God. Tegelijk
mogen we ook de geur van Christus zijn voor de mensen om ons heen.
Een geur brengt een bepaalde sfeer met zich mee. Herinneringen zijn
vaak verbonden aan geur. Zowel positief als negatief. Zou de geur van
Christus gaan om onze houding? Om de sfeer die we meebrengen als we
ergens komen? Hoe wij anderen over zichzelf laten voelen, over zichzelf
laten denken? Over hoe anderen zich ons herinneren?


Als je parfum opdoet ruik je na verloop van tijd zelf de geur niet meer. Je
bent eraan gewent. Het zou ook erg arrogant zijn als je heel de dag denkt:
oh wat ruik ik toch lekker en wat verspreid ik toch een goede geur. Het
mooie aan een geurkaars en parfum is dat je een geur verspreid voor
anderen zonder dat je het door hebt. Je hebt het wel opgespoten of
aangestoken maar draagt de geur onbewust. Zo mogen (of is het een
opdracht) en moeten we de geur van Christus verspreiden? Door onze
liefdevolle houding, onze bemoedigende woorden. Door onze gaven en
talenten te gebruiken op een oprechte en eerlijke manier. Door hoe je in
het leven staat en door de liefde die jouw geur achterlaat. Is dat niet
bouwen aan de gemeente van Christus. Niet onze kerk. Niet onze
gemeente. Maar de gemeente van Christus. Ik hoop en bid dat we als
gemeente van de Levensbron ook werkelijk de geur van Christus mogen
verspreiden. En daar is geen plaats voor afgunst, haat en nijd. Maar daar
heerst de liefde voor elkaar en de mensen om ons heen. Dan raken
mensen geïnteresseerd in de God waarvan wij de geur mogen
verspreiden en mogen we op deze manier de ander tot Christus leiden.
Deze moeder heeft het ervaren. Niet alle problemen zijn opgelost. Maar ze
vertelt: “Ik ervaar zoveel rust als ik de Bijbel lees en bid”.


Laten mijn woorden en daden vandaag als een heerlijke geur opstijgen
naar U. Laat Uw liefde door mij heen vandaag naar de wereld geuren.
Help mij vandaag om de geur van Christus te zijn zonder dat ik het door
heb. Help mij nederig en oprecht te zijn in mijn woorden en daden.


 

Archief