Nieuws

Preek doopdienst 18 juli - Levensbron
Preek, gehouden tijdens de doopdienst op 18 juli in De Levensbron

 

Dopelingen: Lisa Snijders, Pascal Brandes, Samantha Brandes en Chantal Harthoorn

 

Bijbelteksten: Jeremia 31: 31-34 en Handelingen 16: 6 t/m 15

 

Tekst voor de preek: ‘ de Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus.’

 

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Stelt u zich eens voor dat Paulus die oversteek van Mysië naar Macedonië, van Turkeye naar Griekenland niet had gemaakt. Dat hij had gezegd: die zee oversteek dat is mij te gevaarlijk, je weet niet of de mensen ons daar wel zullen ontvangen, dat hij niets had gedaan met het gezicht dat hij had gekregen. We kunnen dat natuurlijk nooit nagaan, maar ik denk dat Europa er anders uit had gezien. Paulus heeft het fundament gelegd voor de evangelie-verkondiging in ons deel van de wereld, vanuit Griekenland en Italië heeft het zich als een olievlek  uitgebreid naar het Noorden toe, en dat evangelie heeft heel onze cultuur beínvloed en gevormd. Overal in Europa zijn kerken en zijn mensen bekend met de Tien Geboden en met de naam Jezus Christus en is ons denken, onze moraal en onze wetgeving daardoor sterk beïnvloed. Er wordt wel eens gezegd: dat hoort tot de ziel van Europa. En ik denk dat we in de komende jaren het evangelie van Paulus hard nodig hebben om in Europa niet alleen maar te denken aan de centen en het inkomen, maar ook aan waarden als barmhartigheid, vrijheid van geweten, gelijkwaardigheid van alle mensen.

 

Maar die geweldige beweging van de evangelie- verkondiging door heel Europa begint met die ene vrouw Lydia die meedoet met een eenvoudige gebedskring van vrouwen..Wat voor een vrouw is dat geweest?

 

Lucas vertelt ons een paar dingen van haar waardoor we ons wel een voorstelling van haar kunnen maken. Ze was een zakenvrouw en handelde in purperstoffen, een luxe-product wat vooral door rijken werd gekocht. Ze had dus wel initiatief, mensenkennis, kontakt met veel mensen. Maar  ze was wel een vreemdeling in Filippi, want ze kwam uit Thyatira, Turkeye. Dat kan best lastig zijn geweest. Vreemdelingen zijn in alle tijden voor mensen een bedreiging geweest en hebben vaak ook haat opgeroepen. Dat kan haar best open hebben gemaakt voor die andere mensen in Filippi die een minderheid vormden, de joden.Want isolement en discriminatie maakt je kwetsbaar, je zoekt lotgenoten en soms maakt het je ook open voor het geloof. Nood kan leren bidden. Ze was in ieder geval erg geinteresseerd in de God van het joodse volk  en ze hield zich aan allerlei verplichtingen die daarbij hoorde. Dat wordt bedoeld met ‘ze vereerde God’. Ze was geen jodin, maar deed wel mee met de joodse gemeenschap.

 

En toen verscheen daar ineens die joodse rabbi Paulus van de overkant van de zee op het toneel. Sinds hij zelf gegrepen was door de persoon en het werk van Jezus de Messias van Israël was hij een gedrevene. Hij voelde het als zijn roeping om overal de mensen te vertellen  van Jezus en zijn Koninkrijk. En bij de reizen die hij daarvoor deed, maakte hij ook plannen: eerst ga ik daar naartoe, dan die streek en vervolgens weer verder. Maar in de voorafgaande weken had hij een paar keer meegemaakt dat zijn plannen werden doorkruist. Het lukte niet om in bepaalde gebieden te komen. Op een of andere manier werden ze gehinderd. Toen dat een paar keer gebeurde hadden ze zich afgevraagd: heeft God ons hierin iets te zeggen? Is het zijn leiding dat dit gebeurt? En dat was nog versterkt door het gezicht dat Paulus kreeg van de Macedonische man. En wat die man zei was niet zo maar een vriendelijk woord, nee het was een noodkreet, een roep om hulp. Toen wist hij het zeker: we moeten naar de overkant, naar Macedonië. God heeft daar een speciale taak voor ons. Ook daar moeten de mensen horen van Jezus de Verlosser. Uiteindelijk was hun hele zendingsreis Gods project en niet hun eigen plannetje.En zo maakten ze de oversteek. Via de het eiland Samothracé en via de havenplaats Neapolis kwamen ze bij de eerste grote stad in dat deel van de wereld. Filippi.

 

En overal waar hij kwam zocht hij eerst de joodse gemeenschap op. Want Jezus was een jood en was in de eerste plaats gekomen voor zijn volk. De joodse gemeenschappen mochten als eerste horen over de gekomen Messias en zijn Koninkrijk.

 

Zo ging het ook in Filippi, een Romeinse kolonie. Ze gingen op zoek naar de synagoge, maar ze vonden niet, maar vermoedde dat er wel een plaats van samenkomst zou zijn buiten de stad aan de rivier. Waarom aan de rivier? Dat kan verband gehouden hebben met de rituele wassingen waaraan joodse mensen zich hielden. Zo vonden ze die plaats, een plaats waar vrouwen bij elkaar waren voor gebed. U ziet dat de gebedskring die we hebben in onze gemeente geen nieuwigheid is, maar al heel oud. Hoe zou je geloven zonder gebed, niet alleen voor jezelf in de binnenkamer, maar ook met anderen. In deze gebedskring in de open lucht deden, behalve joodse vrouwen, ook niet-joodse vrouwen mee zoals Lydia, mensen die aangetrokken werden door de God van Abraham, Izaäk en Jacob.

 

Paulus introduceert zichzelf, vertelt de boodschap van Jezus en vindt een aandachtig gehoor. We weten niet hoe het hele gezelschap dat daar aanwezig was  heeft gereageerd. Dat wordt ons niet verteld. We horen alleen van deze ene vrouw dat ze positief reageert. En dat is nog te zacht uitgedrukt: ze drinkt de woorden van Paulus in, ze zijn voor haar brood voor het hart, balsem voor de ziel. En als ze dan gedoopt is, dan heeft ze ook behoefte om haar dankbaarheid te uiten. Ze heeft een ruim huis en ze  wil dat  openstellen en hen gastvrijheid verlenen en ze dringt er nogal bij hen op aan. Ze is zo blij met haar geloof dat ze er iets mee wil.En Lucas vertelt erbij hoe dat allemaal kwam: ‘de Heer opende haar hart’. Dat is een woord om even bij stil te staan.


Het is een heel menselijk gebeuren wat daar plaatsvindt: joodse mensen en andere belangstellenden zijn daar bij elkaar voor gebed, dan komt er een joodse rabbi die vol overtuiging en vuur vertelt van de gekomen Messias. Hij heeft er een lange reis voor afgelegd. En hij brengt zijn boodschap met passie. En daardoorheen werkt de Heer in het hart van deze vrouw en misschien ook wel in heel veel toehoorders van dat moment.

 

Menselijke inspanning en goddelijke invloed gaan hand in hand.


Hoe komt een mens tot geloof? Dat kun je nooit helemaal narekenen, het blijft een mysterie.

 

Het heeft een menselijke kant. Mensen moeten de boodschap doorgeven, ouders, leerkrachten op school, ambtsdragers en gemeenteleden in de kerk. Ze moeten proberen dat duidelijk te doen en met overtuiging, op verstaanbare eigentijdse manier, ook rekening houdend met de cultuur waarin mensen leven.De joden een jood, de Grieken een griek, de Zeeuwen een Zeeuw. En mensen moet luisteren, openstaan, zich bekeren.

 

En door dat alles heen werkt dan de Heer.

 

Maar hoe zit het dan? Zijn het vooral mensen die hierin een aandeel hebben? Mensen die vertellen, mensen die luisteren en positief reageren Bekering.. Of is het vooral God die door Zijn Geest in de harten werkt. Wedergeboorte. Het wonderlijke van de boodschap van de bijbel is dat het allebei waar is. Het is ten volle Gods werk. Hij brengt mensen zover om hun leven aan Hem over te geven. Maar mensen zijn er ten volle in betrokken. Zij zetten de stap, zij openen de deur van hun levenshuis voor God.

 

Dat vinden we al in de boeken van Mozes. Als het volk van God dreigt af te dwalen moet Mozes namens God zeggen: Keer je om, besnijd je hart. Maar op een ander moment mag Mozes namens God beloven: de Heer uw God zal uw hart besnijden, zodat u Hem met hart en ziel liefhebt. Het is allebei waar, het moet allebei gebeuren. Als Godzelf niet in onze harten werkt heeft het geen blijvende betekenis. Maar dat wil niet zeggen dat wij mensen passief moeten gaan wachten tot er iets gebeurt.


En profeten als Jeremia en Ezechiël hebben op een andere manier hetzelfde gezegd: ‘ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven…ik zal de wet in jullie hart schrijven..’
God werkt, maar ook de mens is in dit hele proces betrokken.

 

Iemand heeft dat eens proberen te verduidelijken door het beeld van een poort waardoor wij als mensen moeten gaan. Boven die poort staat geschreven: Bekeer je. Kom tot Mij. En een mens kan dat op een gegeven moment doen. De beslissing nemen om Jezus Christus te volgen,. Die stap te nemen. En hij of zij gaat dan door die poort en draait zich om en leest op de achterkant van die poort: Maar ik heb jou zo ver gebracht.

 

Zo hebben jullie, doopouders en dopelingen, allemaal een eigen geschiedenis wat betreft je geloofsvertrouwen en relatie met God. Een geschiedenis met ups en downs. Soms kan God ver weg lijken en heb je niks meer met dat geloof. Op andere momenten kan het weer terugkomen. En daarin spelen mensen meestal een belangrijke rol..Je ouders of andere familieleden, een leerkracht op school, een vriend of vriendin, iemand van de kerk. Soms kunnen zelfs problemen of moeilijke omstandigheden je tot bezinning en inkeer brengen. En door dat alles heen heeft God dat verlangen in je hart gelegd om bij Hem te horen, om je kind te laten dopen, om ‘ja’ te zeggen tegen Jezus, om je geloof openlijk te belijden en de doop te ondergaan.

 

Probeer die openheid te houden, blijf het kontakt zoeken met andere gelovigen, laat je niet te veel bepalen door wat ‘men’ zegt, maar volg de stem van je eigen hart en geweten.


Zo hopen we dat het bij jullie net al bij Lydia een begin mag zijn van een levenslange band met de Heer.  Dat geeft je leven bij alle onzekerheden en moeiten die er kunnen zijn een stevig fundament en een geweldige hoop niet alleen voor dit leven, maar ook voor de eeuwigheid.

 

AMEN


Terug naar het overzicht